Beschreef ik in de vorige blog de teloorgang van mooi verenigingswater, een jaar hiervoor was er ook al een schitterende penvisstek verloren gegaan. Zonder te willen neigen naar treurnis en melancholie, want de karpertoekomst is zeker nog zonnig in deze buurt, denk ik dat ook deze voorheen zo karakteristieke plek een plaats verdient op deze blog.... Want één van de mooiste stekken die ik aantrof nadat we in Uithoorn kwamen wonen was de poldervaart langs de Hollandse Dijk...
![]() | |
1615 |
![]() | |
1749 |
![]() | ||
1849 |
![]() | |
Nu... |
Oude grenspaal.... |
![]() |
De Hollandse dijk rond 2005... |
De zelfde plek nu.... |
Water, dijk en polder nog in volle glorie... |
![]() |
Typerende bruine kleur...... |
![]() |
Midden overdag: 20 pond aan de Thomas Lont.... |
![]() |
22 ponder vroeg in de ochtend.. |
![]() |
Met 24 pond de zwaarste.... |
Maar de glans is er af.. Want het water leende zich altijd uitstekend om te stalken vanwege de geringe diepte en de oevervegetatie aan de overkant, waar je de vissen de kant af kon zien stropen naar voedsel.. Ook lagen er in de winter na de werkzaamheden aan de kant van het nieuw te bouwen gemaal een behoorlijk aantal dode exemplaren waaronder 2 grote jongens... Zeer triest want de karperpopulatie was hier altijd buitengewoon indrukwekkend... Ik ving er door de jaren tientallen en de vissen waren hier echt beresterk... Dit laatste had misschien te maken met het feit dat ze vaak tegen een stevige stroom in moesten zwemmen.. De tocht werd namelijk behoorlijk zwaar bemalen, al sinds 1879, en de trek tijdens de bemaling was zo sterk dat penvissen dan niet mogelijk was.. Op één plek na: De inham bij de uit 1894 daterende, nog ouderwets gemetselde, uitwatering op ca. 500 meter van het gemaal. Ik haakte hier tijdens de bemaling eens een karper die door de stroom meegevoerd werd en ik moest tientallen meters meelopen om steeds beetje bij beetje in te kunnen halen. Op windstille heldere dagen waren de vissen goed te observeren, en met name de paaitijd gaf een goede indruk van het bestand. Zeelt en brasem zat er nauwelijks. De bodem was op veel plekken bedekt met wier en het was er, op een paar plaatsen na, in het midden niet dieper dan een cm of 80. Het was ook hier dat er op een ochtend, niet lang voor of na de paaitijd, niet één maar twee karpers uit het schepnet kwamen.... De meeste vissen hadden een schitterende bruine kleur en je kon er ook midden overdag goed vangen.... De zwaarste die ik er ving was 24 pond... Al met al dus mooie vissersherinneringen aan een verloren gegaan karakteristiek stuk landschap. Maar ja...... wegen- en met name waterbouwkundige werken zijn in Holland nu eenmaal van alle tijden, en de tocht zal ooit een deel van zijn oude glorie wel weer terugwinnen zullen we maar denken.....
Ik zal er dan, net als in de afgelopen jaren, zeker weer te vinden zijn.....